Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigation

Persoonlijke hulpmiddelen

Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home / 170 jaar KCML
U bent hier: Home / 170 jaar KCML

170 jaar KCML

Justitiepaleis

Justitiepaleis, J. Poelaert, 1866- 1883, beschermd.
©KCML - CRMS Foto W. Robberechts.

België richtte in 1835 als eerste Europese natie een officieel orgaan op om de regering advies te verstrekken over het behoud en de restauratie van monumenten. Deze Koninklijke Commissie voor Monumenten werd ook geraadpleegd over belangrijke nieuwbouwprojecten en stedenbouwkundige vraagstukken.

De ongebreidelde industriële ontwikkeling in de 19e eeuw, die nu ook over de grenzen van de steden het platteland veroverde, deed al snel de noodzaak van een specifiek beleid ter bescherming van de natuur en van waardevolle landschappen ontstaan. Tegen die achtergrond werd de Commissie in 1912 uitgebreid met een sectie landschappen; vanaf nu heette ze de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML). In de loop der jaren rekruteerde de Commissie haar leden uit een steeds breder wordende waaier aan vakgebieden die bij de erfgoedzorg betrokken werden.

De autoriteit en de kennis van de KCML werden over het algemeen goed erkend en haar adviezen in vele gevallen opgevolgd. De bevoegdheid van de Commissie werd echter pas in 1931 wettelijk vastgelegd. Een wet van 7 augustus 1931 maakte het advies van de Commissie verplicht, zowel voor de bescherming van monumenten en landschappen, als voor het uitvoeren van restauratie- of andere werken. De wet legde voor het eerst ook rechten en plichten vast voor de eigenaars van beschermd erfgoed.

Vanaf de jaren 1960 groeide stilaan de algemene interesse en het maatschappelijke draagvlak voor een betere bescherming van het erfgoed. Van haar kant kaderde de Commissie haar activiteiten steeds meer in de internationale context en integreerde ze in haar adviezen de richtlijnen van verschillende internationale charters en conventies.

Toch bleef het erfgoed in Brussel nog lange tijd onder zware druk staan door de niet aflatende stroom van ingrijpende infrastructuuren bouwwerken. Ook de ingewikkelde administratieve procedures waren weinig bevorderlijk voor de efficiëntie van het erfgoedbeleid.

In 1970 werd de zorg om het erfgoed immers een bevoegdheid van de taalgemeenschappen, een splitsing die in 1968 voorafgegaan was door de oprichting van een autonome Nederlandstalige en Franstalige afdeling van de KCML. Hierdoor werd het Brussels erfgoed beheerd door twee commissies en twee ministers. Aan die ingewikkelde situatie werd gedeeltelijk verholpen door de oprichting van een Werkgroep Brussel, maar algemeen genomen liep de bescherming van het erfgoed in de hoofdstad een grote achterstand op ten aanzien van andere grote steden.

In 1989 kwam er meer duidelijkheid in het beleid: de erfgoedzorg werd toen een gewestmaterie en er werd een afzonderlijke KCML voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opgericht. Die operatie werd in 1993 afgerond met de uitvaardiging van een specifieke wetgeving voor Brussel. De ordonnantie van 4 maart 1993 bepaalt onder meer de precieze samenstelling en bevoegdheden van de Commissie. De toepassing van de ordonnantie werd toevertrouwd aan een nieuwe gewestelijke administratie voor Monumenten en Landschappen. In grote lijnen vormt de ordonnantie van 1993 nog steeds de basis voor de bescherming en het beheer van het erfgoed in de hoofdstad. De laatste jaren werd er een aantal wijzigingen in aangebracht en werd ze geïntegreerd in het Brussels Wetboek van de Ruimtelijke Ordening (BWRO). Dit wetboek is sinds juni 2004 van kracht en bundelt de verschillende voorschriften op het gebied van stedenbouw, planning, erfgoed en milieu.

Document acties