Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

Navigation

Persoonlijke hulpmiddelen

Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home / Wettelijk kader / Opdracht
U bent hier: Home / Wettelijk kader / Opdracht

Opdracht

Adviezen en bescherming

De hoofdopdracht van de Commissie is het uitbrengen van adviezen, zowel over beschermingsvoorstellen als over aanvragen tot het uitvoeren van werken aan al dan niet beschermd erfgoed. Inzake bescherming kan de Directie Monumenten en Landschappen het advies van de KCML vragen over de opportuniteit om bepaalde gebouwen of landschappen te beschermen of op te nemen op de bewaarlijst. Op het einde van de procedure antwoordt de Commissie op de opmerkingen of bezwaren die door eigenaars en gemeenten geformuleerd kunnen worden over de beschermingsvoorstellen. De KCML kan ook zelf een goed ter bescherming of inschrijving op de bewaarlijst naar voor schuiven. De eindbeslissing hieromtrent is evenwel een bevoegdheid van de regering.

Eénsluidend advies

Voor het merendeel echter verleent de Commissie adviezen over aanvragen die betrekking hebben op het uitvoeren van werken aan al dan niet beschermde gebouwen of landschappen. In het eerste geval, namelijk voor erfgoed dat beschermd is of ingeschreven op de bewaarlijst, moet voor elke ingreep een zogenaamde ‘unieke vergunning’ worden aangevraagd (een eenmaking van de vroegere erfgoedvergunning en de stedenbouwkundige vergunning). Die aanvraag wordt ingediend bij de Directie Stedenbouw van het Gewest en omvat zowel een stedenbouwkundig luik als een erfgoeddossier. De documenten die een volledig dossier moet bevatten staan nauwkeurig omschreven in een toepassingsbesluit (11/04/03, art. 38- 38bis).

Nadat ze het advies van de Directie Monumenten en Landschappen heeft ingewonnen, legt de Directie Stedenbouw het dossier voor aan de KCML die er een eensluidend of bindend advies over uitbrengt.

Dit bindend advies houdt in dat de vergunningen enkel kunnen worden afgeleverd wanneer de voorwaarden van het advies van de Commissie erin zijn opgenomen. Is het advies ongunstig, dan kan de door de regering aangestelde gemachtigde ambtenaar de vergunning niet afleveren. Bij geschillen kan beroep worden aangetekend tegen de unieke vergunning, achtereenvolgens bij het Stedenbouwkundig College en bij de regering, zoals dit ook het geval is voor de andere stedenbouwkundige vergunningen. Het advies van de Commissie is niet vereist wanneer het om onderhoudswerken of de zogenaamde werken van gering belang gaat (voornamelijk zuivere restauratiewerken, vastgelegd bij regeringsbesluit van 12 juni 2003). Het visum van de Directie Monumenten en Landschappen volstaat in die gevallen.

Termijn

De Commissie moet haar adviezen uitbrengen binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag. Indien ze die termijn overschrijdt, wordt haar advies als gunstig beschouwd. Eens de adviezen uitgebracht zijn, staat de Commissie ter beschikking van aanvragers en ontwerpers om haar adviezen nader te verklaren. Met het oog op een vlotte doorstroming van de dossiers, moedigt de Commissie aan om al bij aanvang haar advies in te winnen over ten minste de grote lijnen van het project. De administratieve procedure verbonden aan de unieke vergunning laat immers weinig soepelheid toe in de behandeling van de dossiers. Het is bijvoorbeeld onmogelijk ontwerpen te wijzigen nadat de aanvraag officieel werd ingediend. De praktijk leert dat de ‘principeadviezen’, eventueel in combinatie met voorbereidende vergaderingen, doorgaans tot positieve resultaten leiden, zowel wat het verloop van de procedure als wat de inhoud van de dossiers betreft.

Niet éénsluidend advies

Een belangrijk deel van de door de Commissie verstrekte adviezen hebben betrekking op gebouwen of landschappen die niet beschermd of niet op de bewaarlijst ingeschreven zijn. Deze adviezen worden gegeven op vraag van de gemeenten of de gewestelijke administratie. Ze zijn verplicht voor gebouwen gelegen in een vrijwaringszone (Brussels Wetboek, art. 228 en art. 237 §1) en facultatief voor gebouwen of landschappen ingeschreven op de voorlopige inventaris of daterend van voor 1932 (Brussels Wetboek, art. 207). Die adviezen zijn niet bindend, maar kunnen beschouwd worden als aanbevelingen met het oog op het behoud van niet beschermd erfgoed en een goede integratie van de beschermde gebouwen en landschappen in hun omgeving. De eindbeslissing om hier al dan niet gevolg aan te geven ligt echter bij de gemeenten of bij de gewestelijke administratie voor stedenbouw.

Aanbevelingen

Naast de behandeling van de individuele aanvragen, kan de Commissie zelf het initiatief nemen om de regering advies te verstrekken over uiteenlopende thema’s die verband houden met erfgoedzorg. Dankzij dit initiatiefrecht kan ze aanbevelingen formuleren over actuele onderwerpen die een ruimere reflectie verdienen. Zo richtte ze in het verleden bijvoorbeeld werkgroepen op over thema’s als de herbestemming van het industrieel erfgoed en het behoud van bestratingen in kasseien. Ze onderzocht ook de betekenis die erfgoed heeft in het streven naar duurzame ontwikkeling en de problematiek inzake de toepassing van normen en regelgevingen ontwikkeld voor nieuwbouw op het erfgoed (bijv. isolatienormen, reglement op de veiligheid op het werk, normen inzake liften, enz.).

Ook zeer praktijkgerichte onderwerpen, zoals het gebruik van diverse bepleisteringen en verfsoorten en hun compatibiliteit met de oude bouwmethodes, komen aan bod. Door dergelijke onderwerpen te behandelen, wil de Commissie een bijdrage leveren aan de algemene kennis van het erfgoed, en aanvragers, ontwerpers en het brede publiek sensibiliseren en concrete informatie verstrekken.

Document acties